Deserted village

Dooagh

Gelukkig is er ook, tussen de onstuimige natte dagen door, af en toe een goede dag, waar ik natuurlijk graag gebruik van maak. Vorige week heb ik een paar fijne wandelingen kunnen maken, onder andere een korte wandeling op Achill Island.

Ik startte mijn wandeling vanaf Dooagh, een dorp iets verder dan het geliefde Keel met zijn schitterende strand aan de voet van de kliffen. Mijn indruk is dat Dooagh een dorp in opkomst is wat betreft het toerisme, veel oude vervallen huisjes, maar ook veel mooie gerestaureerde witte huisjes en hier en daar wat nieuwbouw.  Het heeft voor mij een fijne sfeer, het geeft een vakantiegevoel maar straalt toch een authentieke Ierse atmosfeer uit. En omdat het dorp tegen een helling is gebouwd is overal de oceaan zichtbaar. Achill Island is niet voor niets erg populair bij toeristen, het wordt ook wel klein Ierland genoemd, omdat het alles heeft op het gebied van landschapsschoon wat Ierland te bieden heeft: prachtige stranden en baaien, bergen, kliffen en veenland.





Mijn wandeling ging bergopwaarts, eerst door het dorp, daarna over een ‘bogroad’ een semi-verhard weggetje ten behoeve van de turfstekers. Links en rechts overal sporen van eerdere turfwinning. Duidelijk zichtbaar is dat het veen overal nog erg nat is. Voorlopig moet ik nog even geduld hebben dus, voordat ik het turfsteken kan fotograferen. De schaapjes trekken zich van de nattigheid niets aan, ze kijken even verbaasd op wanneer ze mij zien en steken dan met zijn allen blatend het pad over, waarna ze vervolgens onverstoord verder grazen. Ik loop verder het pad omhoog en verbaas me weer hoe het toch mogelijk is om alleen in deze schoonheid te zijn, alsof ik het helemaal voor mezelf heb.  Wanneer ik de top van de heuvel heb bereikt, zie ik voor me in het dal aan de voet van Slievemore, de restanten van een dorp, ‘The deserted Village’. Op de voorgrond naast mij op het pad diepe sporen van de turfwinning, Het geeft in mijn ogen een vreemd contrast ten opzichte van de schoonheid van het dal voor me.



Langzaam daal ik af richting de huisjes,  de omgeving in mij opnemend. Ik was hier ook al eens in de zomer, (zie mijn blog van 5 januari jl. getiteld ‘Back on my own’), maar er liepen toen meerdere mensen rond, nu ben ik alleen. Wanneer ik tussen de restanten van de huisjes ga zitten om een boterham te eten, ben ik me bewust van de bijzonder sfeer die hier hangt. Alsof het nog niet lang geleden is, dat hier mensen woonden, sliepen, lachende kinderen speelden, vee graasde… Ik probeer me voor te stellen hoe het er uit heeft gezien en hoe het was om hier te wonen. 





Op de website van Toerism Ireland lees ik dat de huisjes vermoedelijk gebruikt werden als zomerwoning door de bewoners van Dooagh, om het vee te laten grazen. De huizen werden gebouwd van ongemetseld steen, wat betekent dat er geen cement of mortel werd gebruikt om de stenen bij elkaar te houden. Elk huis bestond uit slechts één kamer en deze kamer werd gebruikt als keuken, woonkamer, slaapkamer en zelfs stal. De deuropeningen waren op het oosten gericht, terwijl een klein venster in de noord-oost muur was gebouwd. Terwijl aan een of twee huizen een kleine stal is gebouwd aan het einde van het huis, moesten de meeste gezinnen hun huis delen met koeien en ander vee, dat 's nachts het huis binnen zou worden gebracht en vastgebonden aan het zuidelijke einde. De bevestigingsringen zijn nog steeds zichtbaar in de muren.
De meeste huizen hadden tegenovergestelde deuropeningen om gezinnen te helpen bij hun dagelijkse taak om koeien te melken. De koe werd in één deur gebracht, gemolken en vervolgens door de tegenoverliggende deur naar buiten gebracht. Het dorp werd geleidelijk verlaten vanwege de vele huisuitzettingen wegens het niet kunnen betalen van de huur, de hongersnoden van 1845-49 en de emigratie gedurende de de jaren daarna.


Reacties