De sausager
Vorige week trof ik Eamon Mularky op de Bangor Bog, hij had mij laten weten dat hij enkele plots (een bepaald aantal rijen) turf aan het steken was voor een klant. Eind juli vorig jaar ontmoette ik Eamon voor het eerst, Christy bracht mij met hem in contact omdat Eamon als contractor in het bezit is van een turfmachine, hij steekt turf voor anderen of steekt turf voor de verkoop, hij was ook de man die Christy’s turf stak vorig jaar.
Even was er sprake van dat het in verband met de strenge Covid-19 maatregelen verboden zou worden om op de bog te werken en turf te steken, maar de regering besloot uiteindelijk dat het toch onder farming valt en dus kon het turfseizoen beginnen. Ik tref Eamon ergens aan de hoofdweg richting Bangor en rijd daarna achter hem aan naar de bewuste plek op de Bangor Bog. We lopen een eindje het uitgestrekte gebied in, waar ik een traktor langzaam heen en weer zie rijden. Eamon bestuurt niet zelf de traktor, een jonge man doet het werk voor hem. Het type machine dat Eamon gebruikt is een zogenaamde sausager. De machine kan achter een trekker worden gekoppeld en bestaat uit een soort gekarteld blad, het lijkt op een groot mes, dat in de grond snijdt, zo’n 1.20 meter diep. De opgegraven turf komt ook weer in een mechanisme dat het samenperst in een soort trechter, die het vervolgens uitspuwt in lange worsten. Terwijl we op de bog zijn, krijgt Eamon het ene telefoontje na het andere, nu het licht op groen staat, willen veel mensen Eamon met zijn machine inhuren, de zaken gaan goed dus.
De turfwinning met een sausage machine is de meest schadelijke methode voor het veen, omdat het vele diepe smalle geulen achterlaat, die zich wel weer sluiten, maar de methode heeft als gevolg dat het veen als het ware inklinkt en verzakt. Het wordt compacter, het water verdwijnt uit het veen en het ingeklonken veen is niet in staat opnieuw water op te nemen. Inmiddels is deze methode in veel veengebieden niet meer toegestaan, in tegenstelling tot de hopper in combinatie met een graafmachine.
Eamon begrijpt al die opwinding over de veengebieden niet zo. Welk nut heeft veenland behalve voor turfwinning, niets toch, volgens Eamon. “Waarom zou een of andere clown in Dublin (politici) de mensen op het platteland van West-Ierland kunnen zeggen wat te doen met hun bogs? Nieuwe huizen worden nu gebouwd zonder schoorsteen. Veel mensen in deze nieuwe huizen, hebben vloerverwarming. Dat is erg ongezond, je hebt dan veel te veel warmte in het huis en weinig controle hierop. Dubbele beglazing is ook ongezond. In de oude huizen komt er tenminste nog frisse lucht in het huis. Turf als brandstof in de range, een stove of in een open vuur is veel gezonder. In de jaren 90 gaf de overheid subsidie voor de aanschaf van mijn turfmachine, nu wil de regering dat we stoppen met de turfwinning met behulp van de deze sausage machines. Met de bucket mag wel. Of de hopper. Ik begrijp niet waarom dit is, het is allemaal turf toch? Wanneer de turf is opgegraven met de sausager, zal de lijn, daar waar het mes in het veen sneed, op den duur verdwijnen en is er aan de oppervlakte niets meer zichtbaar. Een graafmachine veroorzaakt veel meer zichtbare schade”. Ik vertel hem dat ik heb gehoord dat die schade dan wel zichtbaarder is, maar ook veel plaatselijker. De sausager veroorzaakt een veel ernstiger onzichtbare schade. Eamon wil dit niet horen, turf is turf!
Eamon vertelt verder: “Op den duur wil de overheid turf helemaal verbieden in verband met luchtvervuiling. De overheid wil dat we rookvrije kool gebruiken, maar er bestaat niet zoiets als rookvrije brandstof. Turf is de schoonste brandstof die er is! De Bord na Móna, de Ierse staatsmaatschappij voor turfwinning, mag na 2025 geen turf meer gebruiken. Tot die tijd kunnen ze ons niet verbieden turf te gebruiken.
De jonge generatie voelt niets meer voor turf. Het is te vies en ze zijn te lui om op de bog te werken. Ik kan ook geen personeel meer krijgen om te helpen met het draaien, het stapelen, en oogsten van de turf. De jeugd haalt zijn neus ervoor op. Toen ik een jaar of twaalf was, hielp ik mijn vader en stak ik de turf met de hand, met de sleán. We moesten wel, het was de enige brandstof die er was, kool dat konden we niet betalen. En we hielpen onze buren ook graag met hun turf. Daarnaast waren we druk met het verbouwen van o.a. aardappelen, uien en wortels. Tot een jaar of tien geleden werkten veel mensen in deze streek voor de Bord na Móna, turfwinning voor de turf gestookte energiecentrale in Bellacorick. Dit waren goede banen, met een goed salaris. Wanneer je extra uren maakte, kreeg je een bonus. Zelf werkte ik in die tijd een periode in Engeland, in de bouw. Inmiddels is deze centrale dicht en afgebroken en zijn veel banen verloren gegaan".
De wereld houdt op te bestaan hier in het westen, onder de rivier de Shannon. De natuur is er wilder en het gebied wordt vergeten door Dublin. Er is geen werk, er zijn geen grote bedrijven. Wanneer je geen zin hebt in farming, schapen en vee, dan heb je hier weinig te zoeken. Jonge mensen willen het lichamelijke werk niet meer doen en voelen niets voor farming. Wanneer zij hun opleiding hebben voltooid, is er voor hen geen werk hier in het westen. Ze vertrekken daarom vaak naar Engeland, Australië of de USA”.
Eamon vertelt dat hij zelf ook graag naar het buitenland wil om geld te verdienen. Bijna had hij zijn turfmachine verkocht, omdat hij een goed betaalde baan in Engeland kon krijgen, in de pijpleiding industrie. Maar helaas ging dit niet door, de Corona-crisis strooide roet in het eten. Daarom is hij nu toch maar weer aan het werk als contractor in de turfwinning. De verkoop van de turf loopt wel terug, oude mensen die allemaal turf gebruiken, gaan dood. Eamon verwacht dat over 10 jaar de turfwinning grotendeels verdwenen zal zijn. Misschien zullen mensen alleen nog wat turf steken in een stukje bog naast het huis, voor eigen gebruik.
Eamon vraagt of hij niet met mij mee naar Nederland kan en of daar werk genoeg is? Hij zegt dat alle Ieren geld belangrijk vinden en geeft niets om de Ierse tradities en cultuur, voor een goede baan laat hij graag zijn land achter.
Ik vind het opvallend dat zoveel Ieren er geen enkel probleem mee lijken te hebben om te emigreren, hun Ierland achter te laten. Heeft dit te maken met hun historie van armoede? Zit het in hun genen om zich te ontworstelen aan de armoede? Het blijft een raadsel voor mij, deze tegenstrijdigheid. Aan de ene kant staat de oude Ierse muziek en poëzie bol van melancholisch verlangen en bezingt het hartstochtelijk het drama van afscheid nemen van het geliefde Ierland en aan de andere kant is er ook geen land in Europa waar nog steeds met zoveel gemak al dan niet tijdelijk wordt geëmigreerd dan in Ierland.
Ik las ergens: alle Ieren houden van Ierland, maar niemand wil er wonen…





Interessant verhaal Bo. Je verhalen samen met de foto's zijn mooie documentaires.
BeantwoordenVerwijderen