Owenduff River


In mijn blog van dinsdag 12 mei zinspeelde ik al even op de wandeling die ik die dag ook nog maakte, nadat ik in verband met de koeien in Tarsaghaun rechtsom gekeerd was. Het is een plek aan de Owenduff River, in het National Park Ballycroy, waar ik al vaker fotografeerde. Een hobbelig gravelpad loopt door een uitgestrekte veenvlakte naar de Owenduff River, waar naast een kleine eenvoudige fisherslodge een afsplitsing van de rivier loopt, die soms door vissers wordt overgestoken, zo is mij verteld. Op verschillende plaatsen in de omgeving vind je deze fisherslodges, meestal grote huizen, die je kunt afhuren inclusief een visvergunning voor een bepaald stuk van de rivier. Er wordt vooral gevist op zalm en forel.

Lopend over dit pad tref ik opnieuw Paul, die ik al eens eerder fotografeerde terwijl hij turf stak op de traditionele manier met de sleán. (Zie mijn blog ‘More turf’ van 5 april jl.)  Paul is nu bezig de inmiddels gedroogde turf binnen te halen. Hij verplaatst de turfmoten met zijn trekker naar grote stapels aan de kant van de weg, waar het nog een paar weken zal blijven liggen om verder uit te harden, waarna het opgeslagen zal worden in zijn turfschuur. Paul vertelt me dat het inderdaad erg mooi is aan de overkant van de rivier en dat ik nu prima kan oversteken. Ik had al een paar keer aan de rand van deze zijrivier gestaan, verlangend kijkend naar de overkant, zin om te ontdekken wat daar is. Ik zag in ieder geval een paar oude vervallen cottages, en vroeg me steeds af hoe het uitzicht daar zou zijn. Maar tot nu toe durfde ik nooit over te steken, het water stond te hoog en de stroming was te sterk, ik was bang dat ik zou uitglijden met mijn fotospullen. Maar die dinsdag staat het water laag als gevolg van de wekenlange droogte en waad ik door het ondiepe water naar de overkant.






Ik geniet er van de stilte en de verlatenheid en het prachtige weidse uitzicht over de bergen. Ik loop langs een paar ruïnes en iets verder aan de rivier graast een kudde schapen rond een vervallen cottage zonder ramen of deuren. Het interieur lijkt intact achtergelaten, een open haard, een buffetkast, een tafel en een houten bank. De meubels zijn echter begraven in een halve meter… ja wat? Ik denk schapenpoep. Droge schapenpoep dat is verkruimeld, de bovenste laag bestaat uit verse keutels.  Ooit moet dit een fijn huis geweest zijn, met groen geverfde muren en kleurige houten meubels. En dat uitzicht! Ik probeer me voor te stellen hoe het geweest moest zijn om hier te wonen, hoe het vuur heeft gebrand in de kleurige met visfiguren versierde haard en hoe de bewoners op het bankje genoten van de warmte in het vuur. Wat is er gebeurd? Zijn ze overleden en heeft iemand het huis geërfd en gedacht dat het prima als stal voor de schapen kon dienen en achteloos de deuren er uit gesloopt, geen waarde hechtend aan de achtergelaten meubelen… ? Ik zie wel lichtknopjes en sporen van elektriciteit, dus het staat waarschijnlijk nog niet zo lang leeg. Ik blijf het ontluisterend vinden, deze verlaten huizen.









Reacties

Een reactie posten